Autobanden vormen het enige contact tussen uw wagen en het wegdek. Vier relatief kleine contactvlakken moeten ervoor zorgen dat u veilig kunt optrekken, sturen en remmen. Toch worden banden vaak pas nagekeken wanneer de technische keuring nadert of wanneer één ervan zichtbaar plat staat.
Een correcte bandenspanning, voldoende profieldiepte en gelijkmatige slijtage zijn belangrijk voor uw veiligheid, rijcomfort en brandstofverbruik. Maar wanneer is een band werkelijk versleten? Wat is de wettelijke minimale profieldiepte in België? En zijn winterbanden verplicht?
Garage Audoor zet de belangrijkste aandachtspunten op een rij.
Wat is de wettelijke minimale profieldiepte?
Voor personenwagens geldt in België een wettelijke minimale profieldiepte van 1,6 millimeter in de hoofdgroeven van het loopvlak.
De profieldiepte wordt gecontroleerd over het loopvlak dat in contact komt met de weg. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het diepste of best bewaarde gedeelte van de band. Ook plaatselijke en ongelijkmatige slijtage kunnen een probleem vormen.
Wanneer de slijtage-indicator gelijkloopt met het loopvlak, is de band aan vervanging toe. Toont de indicator aan dat de profieldiepte lager is dan 1,6 millimeter, dan kan het voertuig bij de technische keuring een rood keuringsbewijs met verbod tot het verkeer krijgen.
Wacht daarom niet tot de band precies op de wettelijke grens zit. Naarmate het profiel afneemt, kan de band bij regen minder goed water afvoeren.
Hoe controleert u zelf de profieldiepte?
In de hoofdgroeven van een autoband zitten kleine rubberen verhogingen. Dit zijn de slijtage-indicatoren, ook wel TWI-markeringen genoemd.
Wanneer het omringende profiel even hoog is geworden als zo’n indicator, heeft de band zijn slijtagegrens bereikt en moet hij worden vervangen.
U kunt de profieldiepte ook meten met een eenvoudige profieldieptemeter. Meet altijd op meerdere plaatsen:
- aan de binnenzijde van de band;
- in het midden van het loopvlak;
- aan de buitenzijde;
- op verschillende plaatsen rond de volledige band.
Zo merkt u niet alleen algemene slijtage op, maar ook verschillen tussen de binnen- en buitenkant.
Waarom 1,6 millimeter niet altijd voldoende veiligheid biedt
Een band kan wettelijk nog toegestaan zijn en toch merkbaar minder goed presteren.
Bij regen moeten de hoofdgroeven water afvoeren. Hoe minder profiel overblijft, hoe moeilijker dat wordt. Hierdoor neemt het risico op aquaplaning toe en kan de remweg langer worden.
Ook andere factoren beïnvloeden de veiligheid:
- de kwaliteit en samenstelling van het rubber;
- de leeftijd van de band;
- de buitentemperatuur;
- de bandenspanning;
- het type wegdek;
- de snelheid;
- de belasting van het voertuig.
De wettelijke minimumgrens mag daarom niet worden beschouwd als een streefdoel. Het is de uiterste grens waaronder de band niet meer aan de vereisten voldoet.
Let op ongelijkmatige bandenslijtage
Niet alle banden slijten mooi gelijkmatig. Soms blijft er in het midden nog voldoende profiel over, terwijl de binnenzijde bijna glad is.
Ongelijkmatige slijtage kan verschillende oorzaken hebben.
Slijtage in het midden
Wanneer vooral het midden van het loopvlak afslijt, kan de bandenspanning te hoog zijn. Het midden maakt dan meer contact met het wegdek.
Slijtage aan beide buitenkanten
Slijten beide randen sneller dan het midden, dan kan de bandenspanning te laag zijn. De band vervormt sterker en wordt aan de zijkanten zwaarder belast.
Slijtage aan één kant
Slijt vooral de binnen- of buitenzijde, dan kan er een probleem zijn met de wieluitlijning, ophanging of stuurinrichting.
Onregelmatige plekken of zaagtandslijtage
Een golvend of gekarteld slijtagepatroon kan wijzen op versleten schokdempers, onbalans of een probleem met de ophanging.
Nieuwe banden monteren zonder de onderliggende oorzaak te verhelpen, kan ervoor zorgen dat de nieuwe set opnieuw veel te snel verslijt.
De juiste bandenspanning maakt een groot verschil
Een verkeerde bandenspanning beïnvloedt het rijgedrag en de levensduur van de banden.
Een te lage spanning kan zorgen voor:
- een hoger brandstof- of energieverbruik;
- snellere slijtage aan de buitenkanten;
- meer warmteontwikkeling in de band;
- een minder nauwkeurige besturing;
- een grotere kans op beschadiging.
Een te hoge spanning kan dan weer leiden tot:
- minder contact met het wegdek;
- slijtage in het midden van het loopvlak;
- minder rijcomfort;
- een gevoeliger rijgedrag op een oneffen wegdek.
De juiste spanning verschilt per voertuig, bandenmaat en belasting. U vindt de aanbevolen waarden meestal in de deuropening, aan de binnenzijde van het tankklepje of in de handleiding van de wagen.
Controleer de spanning bij voorkeur wanneer de banden koud zijn. Na een lange rit warmt de lucht in de band op en kan de gemeten druk tijdelijk hoger liggen.
Hoe vaak moet u de bandenspanning controleren?
Controleer de bandenspanning minstens één keer per maand en zeker:
- vóór een lange rit of vakantie;
- wanneer de wagen zwaar wordt beladen;
- bij een duidelijke temperatuursverandering;
- wanneer het waarschuwingslampje voor de bandenspanning brandt;
- wanneer de wagen anders stuurt dan normaal;
- wanneer een band zichtbaar zachter staat.
Vergeet ook het reservewiel niet wanneer uw wagen daarmee is uitgerust. Een reserveband met onvoldoende spanning is weinig bruikbaar wanneer u hem onverwacht nodig heeft.
Zijn winterbanden verplicht in België?
Winterbanden zijn in België niet algemeen verplicht. Ze worden bij koude en winterse omstandigheden wel aanbevolen omdat het rubber en profiel ontworpen zijn om beter te presteren bij lage temperaturen, sneeuw en winterse neerslag.
Wie regelmatig vroeg in de ochtend rijdt, langere afstanden aflegt of naar de Ardennen en het buitenland reist, kan baat hebben bij winterbanden.
Let bij een buitenlandse reis goed op. De regels verschillen per land. In sommige Europese landen zijn winterbanden verplicht tijdens een vaste periode of zodra er winterse omstandigheden zijn.
Controleer voor vertrek altijd de regels van de landen waar u doorheen rijdt.
Wat zijn all-seasonbanden?
All-seasonbanden of vierseizoenenbanden combineren eigenschappen van zomer- en winterbanden. Ze kunnen een praktische keuze zijn voor bestuurders die weinig kilometers afleggen en voornamelijk in gematigde omstandigheden rijden.
Ze vormen echter altijd een compromis:
- bij warm en droog weer kan een goede zomerband beter presteren;
- bij sneeuw en strenge koude kan een echte winterband meer grip bieden;
- bij intensief gebruik kunnen all-seasonbanden sneller slijten.
Wilt u all-seasonbanden gebruiken voor buitenlandse winterritten? Controleer dan of ze het vereiste 3PMSF-symbool dragen. Dat is het symbool van een berg met drie toppen en een sneeuwvlok. Een eenvoudige M+S-markering wordt niet overal meer als volwaardige winteraanduiding aanvaard.
Wat betekenen de cijfers en letters op een autoband?
Op de zijkant van een band staat bijvoorbeeld:
205/55 R16 91V
Deze code geeft verschillende eigenschappen aan:
- 205: breedte van de band in millimeter;
- 55: hoogte van de zijwand als percentage van de breedte;
- R: radiale constructie;
- 16: diameter van de velg in inch;
- 91: draagvermogen of loadindex;
- V: maximaal toegelaten snelheid volgens de snelheidsindex.
De gemonteerde banden moeten geschikt zijn voor het voertuig. Alleen de juiste breedte en velgdiameter zijn niet voldoende. Ook het draagvermogen, de snelheidsindex en eventuele specifieke voertuigvereisten moeten worden gerespecteerd.
Hoe oud mag een autoband zijn?
Een autoband heeft in België niet automatisch een wettelijke vervaldatum zodra hij een bepaalde leeftijd bereikt. De technische staat blijft doorslaggevend.
Rubber veroudert echter ook wanneer er weinig met de wagen wordt gereden. Door zonlicht, temperatuurverschillen en langdurige stilstand kan het materiaal uitdrogen en harder worden.
De productiedatum vindt u in de DOT-code op de zijkant van de band. De laatste vier cijfers geven de productieweek en het jaar aan.
Zo betekent 2324 dat de band werd geproduceerd in week 23 van 2024.
Laat oudere banden regelmatig controleren op:
- droogtescheurtjes;
- vervorming;
- beschadiging van de zijwand;
- verharding van het rubber;
- trillingen;
- drukverlies.
Voldoende profiel betekent dus niet automatisch dat een oude band nog in goede staat is.
Wanneer moet een band onmiddellijk worden nagekeken?
Laat uw banden zo snel mogelijk controleren wanneer:
- een band regelmatig spanning verliest;
- er een scheur of uitstulping zichtbaar is;
- u een spijker of ander voorwerp in de band ziet;
- de wagen tijdens het rijden trilt;
- het stuur naar één kant trekt;
- de banden ongelijkmatig afslijten;
- het bandenspanningslampje blijft branden;
- de band hard tegen een stoeprand of put is gereden.
Een uitstulping in de zijwand kan wijzen op interne schade. Rijd daar niet onnodig mee verder, want de band kan zijn sterkte verliezen.
Trek een spijker of schroef ook niet zelf uit de band. Het voorwerp kan het lek tijdelijk afsluiten. Laat eerst beoordelen of een veilige herstelling nog mogelijk is.
Wordt een lekke band altijd vervangen?
Niet iedere lekke band hoeft automatisch te worden vervangen. Een professionele herstelling kan mogelijk zijn wanneer het gaat om een beperkte beschadiging in het herstelbare gedeelte van het loopvlak.
Herstellen is doorgaans niet verantwoord wanneer:
- de zijwand beschadigd is;
- de band te lang met onvoldoende spanning werd gebruikt;
- de interne structuur beschadigd is;
- het gat te groot of onregelmatig is;
- de band al te ver versleten is;
- er meerdere onveilige beschadigingen aanwezig zijn.
De band moet worden gedemonteerd om ook de binnenzijde correct te kunnen beoordelen.
Nieuwe aandacht voor de prestaties van versleten banden
Sinds 7 juli 2026 gelden binnen de Europese Unie strengere veiligheidseisen voor nieuw geregistreerde personenwagens en bestelwagens. Daaronder vallen ook nieuwe prestatietesten voor versleten banden.
De bedoeling is dat banden niet alleen goed presteren wanneer ze nieuw zijn, maar gedurende een groter deel van hun levensduur voldoende veiligheid blijven bieden.
Voor bestuurders verandert de wettelijke minimumgrens daardoor niet automatisch. De ontwikkeling toont wel aan dat bandenveiligheid steeds meer wordt beoordeeld over de volledige gebruiksduur en niet alleen op basis van prestaties bij een nieuwe band.
Laat uw banden tijdig controleren
Twijfelt u over de profieldiepte, bandenspanning of slijtage van uw banden? Laat ze dan nakijken voordat u problemen ondervindt of naar de technische keuring moet.
Bij Garage Audoor kan worden gecontroleerd of uw banden nog veilig en geschikt zijn en of onregelmatige slijtage mogelijk door een technisch probleem wordt veroorzaakt.
Neem contact op met Garage Audoor of bel Kenny via 0478 36 29 61 om een afspraak aan te vragen.
Veelgestelde vragen over autobanden
Wat is de minimale profieldiepte in België?
Voor personenwagens bedraagt de wettelijke minimale profieldiepte 1,6 millimeter in de hoofdgroeven van het loopvlak.
Zijn winterbanden verplicht in België?
Nee, winterbanden zijn in België niet algemeen verplicht. Ze worden wel aanbevolen bij koude en winterse omstandigheden.
Mag ik het hele jaar met all-seasonbanden rijden?
Dat kan wanneer de banden geschikt en goedgekeurd zijn voor uw voertuig. Houd er rekening mee dat een all-seasonband een compromis blijft tussen zomer- en winterprestaties.
Waarom slijten mijn banden alleen aan de binnenkant?
Dat kan wijzen op een verkeerde wieluitlijning of een probleem met de ophanging. Laat niet alleen de banden vervangen, maar ook de oorzaak controleren.
Kan een band met een spijker nog worden hersteld?
Soms wel, afhankelijk van de plaats en omvang van de beschadiging en de interne staat van de band. Schade aan de zijwand is doorgaans niet veilig herstelbaar.
Is een oude band met voldoende profiel nog veilig?
Niet noodzakelijk. Rubber kan uitdrogen, verharden of scheuren. Ook de leeftijd en algemene toestand moeten worden beoordeeld.
Bronnen
Dit artikel is gebaseerd op de actuele informatie van de Vlaamse overheid over banden bij de technische keuring en de Europese veiligheidsregels voor voertuigen.

