Auto’s worden steeds slimmer. Camera’s, sensoren en elektronische rijhulpsystemen houden de weg in de gaten, waarschuwen de bestuurder en kunnen in sommige situaties zelfs automatisch remmen.
Sinds 7 juli 2026 gelden in de Europese Unie strengere veiligheidsregels voor alle nieuw geregistreerde personenwagens en bestelwagens. Nieuwe voertuigen moeten voortaan over nog geavanceerdere veiligheidssystemen beschikken.
Maar wat doen deze systemen precies? Geldt de verplichting ook voor oudere auto’s? En wat moet u doen wanneer een sensor of waarschuwingslampje een probleem aangeeft?
Welke regels zijn veranderd?
Veel veiligheidssystemen waren sinds 2024 al verplicht bij nieuwe personenwagens en bestelwagens. Sinds 7 juli 2026 werd die regelgeving verder uitgebreid.
Volgens de Europese Commissie moeten alle nieuw geregistreerde personenwagens en bestelwagens voortaan voldoen aan vijf bijkomende of strengere veiligheidsvereisten:
- een geavanceerd automatisch noodremsysteem dat voetgangers en fietsers herkent;
- een systeem dat afleiding van de bestuurder detecteert;
- een beter voorwaarts gezichtsveld voor de bestuurder;
- strengere prestatietesten voor versleten banden;
- een groter beschermingsgebied van het veiligheidsglas om voetgangers bij een ongeval beter te beschermen.
De systemen moeten het aantal verkeersongevallen verminderen en kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers en fietsers, beter beschermen.
Voor welke voertuigen gelden de nieuwe verplichtingen?
De uitbreiding geldt voor nieuwe personenwagens en bestelwagens die vanaf 7 juli 2026 voor het eerst in de Europese Unie worden geregistreerd.
In de Europese voertuigcategorieën gaat het hoofdzakelijk om:
- M1: personenwagens met maximaal acht zitplaatsen naast de bestuurdersplaats;
- N1: voertuigen voor goederenvervoer met een maximaal toegelaten massa tot 3,5 ton, waaronder veel bestelwagens en lichte bedrijfsvoertuigen.
De verplichting geldt dus niet alleen voor volledig nieuwe automodellen. Ook modellen die al langer worden geproduceerd, moeten bij een nieuwe registratie aan de geldende veiligheidsvereisten voldoen.
Moet een bestaande wagen worden aangepast?
Nee. Eigenaars van een oudere of reeds ingeschreven wagen zijn niet verplicht om deze nieuwe veiligheidssystemen achteraf te laten installeren.
De regels gelden voor voertuigen die vanaf 7 juli 2026 voor het eerst worden geregistreerd. U hoeft een bestaande wagen dus niet te laten ombouwen omdat de Europese regelgeving is veranderd.
Heeft uw huidige wagen al rijhulpsystemen? Dan is het wel belangrijk dat die correct blijven functioneren.
Automatisch remmen voor voetgangers en fietsers
Een geavanceerd automatisch noodremsysteem wordt ook wel AEBS genoemd. Dat staat voor Advanced Emergency Braking System.
Het systeem gebruikt camera’s, radar of andere sensoren om de omgeving vóór de wagen te controleren. Wanneer het een dreigende aanrijding detecteert, waarschuwt het eerst de bestuurder. Reageert die niet of onvoldoende snel, dan kan de wagen automatisch remmen.
Nieuw is dat deze systemen bij alle nieuw geregistreerde personenwagens en bestelwagens ook voetgangers en fietsers moeten kunnen herkennen.
Het systeem kan de bestuurder ondersteunen, maar neemt zijn verantwoordelijkheid niet over. Slecht weer, duisternis, vuil op een camera of een beschadigde sensor kunnen de werking beïnvloeden. De bestuurder moet daarom altijd zelf aandachtig blijven en voldoende afstand houden.
De wagen controleert ook de aandacht van de bestuurder
Nieuwe voertuigen moeten ook uitgerust zijn met een geavanceerd waarschuwingssysteem voor afleiding.
Afhankelijk van het voertuig kan een camera of sensor onder andere de positie van het hoofd, de blikrichting of het rijgedrag controleren. Wanneer het systeem merkt dat de bestuurder te lang niet naar de weg kijkt, kan het een waarschuwing geven.
Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer iemand:
- langdurig naar het infotainmentscherm kijkt;
- afgeleid is door een smartphone;
- vaak naast de weg kijkt;
- onvoldoende aandacht heeft voor het verkeer.
Het systeem is bedoeld als extra veiligheidslaag. Het blijft uiteraard verboden en gevaarlijk om tijdens het rijden een smartphone te gebruiken wanneer dat de aandacht van de weg afleidt.
Waarom camera’s en sensoren goed moeten blijven werken
Moderne veiligheidssystemen zijn afhankelijk van correct werkende sensoren, camera’s en elektronische regeleenheden.
Een camera kan zich bijvoorbeeld achter de voorruit bevinden. Radarsensoren kunnen in de bumper, grille of achter het logo van de wagen verwerkt zijn. Andere sensoren bevinden zich rond de wielen of aan de zijkanten van het voertuig.
De werking kan worden verstoord door:
- vuil, sneeuw of ijs;
- een beschadigde bumper;
- schade aan de voorruit;
- een foutieve wieluitlijning;
- een aanrijding, zelfs met beperkte zichtbare schade;
- een sensor die is verschoven;
- elektrische of elektronische storingen;
- een te lage accuspanning;
- verkeerd gemonteerde onderdelen.
Een kleine afwijking in de positie van een camera of sensor kan ervoor zorgen dat het systeem de omgeving niet meer correct inschat.
Wanneer kan kalibratie nodig zijn?
Na bepaalde herstellingen moeten camera’s of sensoren mogelijk opnieuw worden gekalibreerd. Bij een kalibratie wordt gecontroleerd of het systeem nog correct gericht staat en de juiste informatie doorgeeft.
Dat kan onder meer nodig zijn na:
- de vervanging van een voorruit;
- een herstelling of vervanging van de voorbumper;
- schade door een aanrijding;
- werkzaamheden aan de ophanging;
- een wijziging van de rijhoogte;
- een wieluitlijning;
- de vervanging of verplaatsing van een camera of sensor.
Niet iedere wagen gebruikt dezelfde procedure. Sommige systemen moeten statisch worden gekalibreerd met meetapparatuur in de werkplaats. Andere vereisen een testrit volgens specifieke voorwaarden. Bij bepaalde voertuigen is een combinatie van beide nodig.
Negeer waarschuwingen op het dashboard niet
Wanneer een rijhulpsysteem niet correct werkt, verschijnt meestal een melding of symbool op het dashboard.
Mogelijke meldingen zijn bijvoorbeeld:
- camera tijdelijk niet beschikbaar;
- noodremsysteem uitgeschakeld;
- rijstrookassistent niet beschikbaar;
- frontsensor geblokkeerd;
- botswaarschuwing defect;
- bandenspanningssysteem controleren.
Soms verdwijnt een melding nadat vuil, sneeuw of ijs van de sensor is verwijderd. Blijft de waarschuwing terugkomen, dan kan er sprake zijn van een storing die moet worden uitgelezen.
Een veiligheidssysteem uitschakelen of een melding negeren lost de oorzaak niet op. Laat het voertuig nakijken wanneer de waarschuwing niet vanzelf verdwijnt of regelmatig terugkomt.
Ook banden worden belangrijker
De Europese uitbreiding bevat eveneens strengere prestatietesten voor versleten banden. Een band moet niet alleen goed presteren wanneer hij nieuw is, maar ook gedurende een groter deel van zijn levensduur voldoende veilig blijven.
Dat betekent niet dat u met volledig versleten banden mag blijven rijden. De wettelijke minimale profieldiepte en de algemene staat van de band blijven bepalend.
Controleer regelmatig:
- de profieldiepte;
- de bandenspanning;
- scheuren of beschadigingen;
- onregelmatige slijtage;
- de leeftijd van de banden;
- eventuele trillingen tijdens het rijden.
Ongelijkmatige slijtage kan wijzen op een probleem met de bandenspanning, wieluitlijning of ophanging.
Slimmere auto’s vragen om een juiste diagnose
Een waarschuwingslampje betekent niet automatisch dat de volledige sensor defect is. De oorzaak kan ook bij de bedrading, accuspanning, software, uitlijning of een ander onderdeel liggen.
Daarom is een correcte diagnose belangrijk. Eerst moet worden nagegaan welke foutcodes aanwezig zijn en onder welke omstandigheden de storing ontstaat. Pas daarna kan worden bepaald welke herstelling of afstelling nodig is.
Zomaar onderdelen vervangen zonder de oorzaak te onderzoeken kan onnodige kosten veroorzaken.
Laat een waarschuwingsmelding tijdig controleren
Brandt er een waarschuwingslampje of werkt een veiligheidssysteem van uw wagen niet meer zoals voordien? Wacht dan niet tot het volgende onderhoud of de technische keuring.
Bij Garage Audoor kunt u terecht om een technisch probleem of waarschuwingsmelding te laten onderzoeken. Na een correcte diagnose kan Kenny uitleggen welke herstelling nodig is en welke volgende stappen aangewezen zijn.
Neem contact op met Garage Audoor of bel 0478 36 29 61 om een afspraak aan te vragen.
Veelgestelde vragen
Zijn de nieuwe veiligheidssystemen ook verplicht in oudere auto’s?
Nee. Bestaande voertuigen moeten niet worden omgebouwd. De uitbreiding geldt voor personenwagens en bestelwagens die vanaf 7 juli 2026 voor het eerst worden geregistreerd.
Kan automatisch remmen een ongeval volledig voorkomen?
Niet altijd. Het systeem kan waarschuwen en automatisch remmen, maar de werking hangt af van de snelheid, zichtbaarheid, weersomstandigheden en technische staat van de sensoren. De bestuurder blijft verantwoordelijk.
Waarom werkt een veiligheidssysteem soms tijdelijk niet?
Camera’s en sensoren kunnen worden gehinderd door vuil, ijs, sneeuw, zware regen of fel tegenlicht. Blijft de melding terugkomen, laat het systeem dan controleren.
Moet een camera na de vervanging van een voorruit opnieuw worden ingesteld?
Dat kan nodig zijn wanneer de voorruitcamera wordt verwijderd of verplaatst. De juiste procedure verschilt per merk en model.
Kan een zwakke autobatterij storingsmeldingen veroorzaken?
Ja. Een lage of onstabiele boordspanning kan verschillende elektronische foutmeldingen veroorzaken. Een diagnose moet uitwijzen of het probleem bij de batterij, laadinstallatie, sensor of een ander onderdeel ligt.
Bron
Dit artikel is gebaseerd op de informatie van de Europese Commissie over de uitbreiding van de General Safety Regulation vanaf 7 juli 2026.

